Monday, March 19, 2012

Just another story...

LOI-huiswerk: eerste en laatste zin waren gegeven. Dus die zijn niet van mij ;) de rest wel...

“Do you do that often?” she asked with curiosity.
Thomas dropped the dead body onto the floor. He licked his lips, wiped the sweat from his forehead and shrugged. “It’s not a habit, if that’s what you mean.”
July looked at the man her brother had just killed. She knew that killing the reporter had become inevitable. But she never expected Thomas to kill with this ease. She always thought he was gentle, even a bit soft maybe. In the last five minutes, she had learned more about her brother than she did during the last century. She wondered what else he could hide from her, and the answer was very simple and very disturbing: if he wanted, he could hide almost anything.
“We should hurry,” Thomas said.
She nodded, but she couldn’t take her eyes off the reporter. The gaping wound in his neck was still bleeding. Blood seeped on the dusty floor, leaving stains on the old carpet.
“There’s no time for that. Besides, he will not be very tasty, since he’s already dead.”
She glanced at him. He was right. Blood from a dead person wasn’t nearly as good as blood from someone who was still alive, but her thirst was overwhelming.
Thomas grabbed her arm and pulled her away from the dead reporter. He led her through the empty house, as if she were a five-year-old.
They walked in silence, until they were outside, standing in the slowly descending snowflakes.
“How long will it take them to find him?” July asked. She shivered – temperature dropped rapidly, and her thin coat wasn’t enough to keep her warm.
Thomas put his arms around her. He looked at the old house. Centuries ago, it belonged to them. When they were still human, when people loved to come by, when they still had friends and family. Now, they only had each other. The reporter somehow found out their resemblance to Lord and Lady Stapleford and he had asked questions about them, not knowing he was actually talking to the people he was interested in.
If the reporter had left it at asking questions in the pub, he would have survived. But Thomas could not let him go. Not after the reporter had suddenly appeared on their doorstep, peering through the cracked window. The man saw them, as they were having a meal. A meal consisting of two foxes they had caught – they preferred animals over humans, not because animals tasted better, but because humans were high-risk victims.
“I think his wife will start searching for him pretty soon, but if it keeps snowing, it could take them a while.”
July sighed. “We can never come back here, can we?”
“No. We have to go.”
“I really loved this house.”
“Me too.”
“It’s a good thing we never furnished it.”
Thomas smiled, but his smile never reached his eyes. It was the second time they left their old house, but this time they could never return. People would recognize them, they would remember the reporter’s story about the old house on top of the hill, and they could fill in the blanks. Thomas and July had been through a witch-hunt before and he didn’t want to go through that again.
He rubbed her arms, in an attempt to make her feel warm. “Sometimes I wish those ridiculous stories they write down in books about us are true,” he said. “I’m sorry, July.”
“Don’t be.” She paused for a moment. “Let’s go somewhere warm. Spain, maybe. Or Italy.”
“You want to go roaming again?”
“Yes. I’ve had it with this life. We’re vampires, we can do whatever we want if we’re careful. We’ve tried to fit in, we’ve tried to live a normal life – this is how that works out. We have to stop fooling ourselves.”
“Maybe we should furnish the next house,” he said.
“Then we’ll have to have money, don’t we?”
“Yeah.” He turned around and started walking. After a few minutes, July followed. They would have to make a choice; people always seemed to feel they were different. They could just drift, as they once did, living off the blood of human beings, robbing those same humans of their money. But they could never stay in one place too long.
“Thomas.”
“Yes.”
“I never thought you could do... what you just did.”
“We are three hundred years old, July. It’s not the first time some idiot got too curious for his own sake.”
“I know, but still...”
“I will never let anything bad happen to you. Just remember that, all right?”
She nodded. Her hand found his and they walked into the night, just as they did hundreds of years before, hand in hand – only this time, they weren’t chased by half a village carrying torches and pitchforks.
In the empty house, the reporter’s body would not be found until the next morning. And while the two vampires vanished in the cold, dark night, snow fell heavily. Gently the snowflakes descended on the empty house.

Thursday, March 8, 2012

Ik mág dat zeggen; ik ben immers zelf ook een vrouw.

Afgelopen zondag was ik, samen met Tini en Danny, bij Rammstein. Daar hoef ik natuurlijk niets over te vertellen; Rammstein is altijd geweldig en dit concert vormde daarop geen uitzondering.

Maar ná het concert liep Ahoy, vanzelfsprekend, leeg. Duizenden mensen stroomden naar metro, trein en auto. Keurig netjes wachtte iedereen tot het licht op groen sprong en met z'n allen liepen we over het zebrapad naar de overkant.... waarbij we gehinderd werden door een auto die midden op dat zebrapad stil stond. Lekker onhandig, lekker dom.
Ik keek om, met de gedachte 'het zal toch niet' al in mijn hoofd. Maar; jawel, het was wel zo. En tussen de Rammsteiners flapte ik er hardop uit: "Ja hoor, het is weer een vrouw!" (En ja, daar werd smakelijk om gelachen :P )

Saturday, March 3, 2012

En nu maar afwachten

Gisteren heb ik (nu echt) de laatste hand gelegd aan het manuscript. Misschien staat er nog wel ergens een kromme zin, maar daar hebben zowel Danny als ik dan overheen gelezen. Dit is 'm dan écht, zeg maar...

Nu kan ik alleen nog afwachten. Wachten op reacties van proeflezers - als die al zeggen dat het bagger is, ga ik er niet mee leuren natuurlijk. Dus... ik ben benieuwd.

Friday, March 2, 2012

Insomnia

4u30: Ik kijk op de wekker, trek mijn wenkbrauwen op en draai me om. Vanzelfsprekend ben ik klaarwakker.

4u45: In ieder geval fluiten de vogels vrolijk. Door een kier in de gordijnen schijnt geel licht - ik leef wel in het Westland, dus ook midden in de nacht is het bij ons "licht". Ergens rond vijf uur val ik weer in slaap.

5u30: Wederom wakker. Het vogelconcert is inmiddels afgelopen. Vrij snel slaap ik weer...

6u45: ... om vervolgens een uurtje later weer wakker te worden. Ik doezel nog wat. Het wordt kwart over zeven met dat gedoezel.

7u30: Ik geef het op. Ik ga mijn bed uit en spring onder de douche. De gedachte aan Kings "Insomnia" dwaalt natuurlijk wel even door mijn hoofd - maar zolang ik geen aura's ga zien, ben ik veilig. Toch?

Tuesday, February 28, 2012

Over de helft!

Danny is inmiddels over de helft van mijn schrijfsel. De tekst ziet blauw - nou ja, dat zag 'ie al, want het is in het blauw geprint omdat de zwarte inkt op was - van de verbeteringen. En ik zag zelf net tijdens het bladeren nog dat één van de karakters spontaan een paar rangen was gestegen, dus dat soort dingen moet er ook nog uitgehaald worden.

Maar - jeetje, halverwege! En ondertussen heb ik nog veel meer ideeën... maar eerst examen, want eerder ga ik niet aan nog een boek beginnen. Dat is VEEL te verslavend. Bovendien werken die ideeën beter als ze eerst even hebben liggen borrelen in die hersenpan van me... en moet je er wel mee verder gaan als je niet eens weet of je deeltje 1 kan slijten...

Toch... Het begint op te schieten zo...

Thursday, February 9, 2012

De Schrijver en de Ideale Lezer

In mijn geval is Danny mijn Ideale Lezer. Degene die als eerste het geheel te zien krijgt. Hij gaat er met een pen bij zitten en kijkt niet alleen naar het verhaal, maar ook naar hoe het verteld wordt. Volgens mij ben ik heel gelukkig. Volgens mij heb ik heel veel mazzel.
Ik denk dat er schrijvers zijn die een gebrek hebben: een gebrek aan zo'n lezer.
Nee, ik heb nog geen enkel boek gepubliceerd - maar ik heb ook nog geen enkel boek naar een uitgeverij gestuurd. De eerste ligt nu pas klaar (niet om te versturen, maar om de laatste puntjes op de i te zetten en om "gekeurd" te worden door mijn Ideale Lezer).

Ondanks mijn gebrek aan publicaties meen ik wel iets te kunnen zeggen over "schrijven". En dat meen ik te kunnen doen, omdat ik ook veel lees. Als je veel leest gaan er dingen opvallen. En als je studeert voor Vertaler ga je op taalgebruik letten. Als je veel leest, veel met taal bezig bent én zelf ook schrijft - dan is het hek van de dam...
Ik kon me niet voorstellen dat een boek gepubliceerd werd als er taalfouten in staan. Vroeger kon ik me dat niet voorstellen, tegenwoordig zit ik slechts hoofdschuddend naar zo'n kromme zin te kijken. Zo'n zin met een taalfout erin. Het kan me niet schelen dat er taalfouten in een verhaal staan - maar wel als dat in een boek gebeurt! Dat hoort toch gewoon GOED te zijn?

Vooruit, laten we de taalfouten voor wat ze zijn. Dan kom ik terecht bij een overmatig gebruik van de lijdende vorm. Hoe komt een schrijver erbij dat hij (of zij) daar de lezer een plezier mee doet? Mijn hemel, wat leest dát irritant! Je kunt ook gewoon een verleden tijd gebruiken, dus doe dat dan gewoon!
Mijn Ideale Lezer behoedt me voor dat soort "missers". Of het helpt - geen idee. Misschien heb ik over een tijd wel tig afwijzingsbrieven/mailtjes liggen van uitgeverijen. Nou, dat is dan jammer. Ik had er lol in, denk ik dan.

Ondertussen heb je ook nog dat andere punt: schrijvers die op hun lezers vloeken. Je kunt niet zeggen: 'ze begrijpen mijn verhaal niet'. Als er lezers zijn die je verhaal niet begrijpen heb je de plank misgeslagen. Of je moet een ander publiek aanspreken, of je moet je verhaal aanpassen zodat het wél begrijpelijk wordt. Immers: die lezers moet je zover krijgen dat ze je verhaal kópen. Vloek niet op ze. Bedank ze, omdat ze je ervoor behoeden om die stommiteit nog een keer te begaan. Natuurlijk, er zullen altijd mensen zijn die je verhaal niet boeiend vinden, maar is het niet juist de kunst om dat aantal zo klein mogelijk te houden? Je bent geen God, je bent een nederig figuurtje dat met zijn vingers in de aanslag voor een laptop zit, hopeloos verloren in de wereld van je eigen fantasie.
Meer niet.

Tuesday, February 7, 2012

Punt uit.

Daar gaat geen 10% meer vanaf volgens mij. Ik heb al zoveel zitten schrappen en bijwerken... heb nu 78.000 woorden ongeveer, wat genoeg zou zijn om het in te sturen naar Dromen & Demonen. Het is een heel ander boek geworden als de oorspronkelijke eerste versie.

D&D -- Doe ik dat ook? Een schrijfwedstrijd?

Ik weet het niet. Eerst zelf maar eens het geheel goed, aandachtig doorlezen. Dat heb ik de laatste dagen ook al gedaan. Dat ga ik nog een keer doen. Kleine foutjes (puntjes, komma's, rare zinnen etc.) moeten er nog uitgehaald worden, maar nu zou het wel moeten kloppen.

Mijn puzzel ligt op tafel. De stukjes zitten in elkaar. Is het mooi geworden? Dat kan ik nu niet zeggen. Dan moet ik even een paar meter achteruit, zodat ik het grote geheel kan zien. Momenteel staar ik nog naar de afzonderlijke stukjes.