Showing posts with label bliter's wrock. Show all posts
Showing posts with label bliter's wrock. Show all posts

Sunday, June 14, 2015

Bliter’s Wrock druipt af

Ze kijken elkaar aan, die twee. De man moet omhoog kijken, omdat hij, net als ik, niet groot genoeg is om op ooghoogte met Bliter’s Wrock te staan. Maar het overwicht ligt niet bij het enorme monster.
‘Ga weg,’ is het enige wat de man zegt.
Bliter’s Wrock lijkt te krimpen onder het geluid van die stem.
Ik begrijp hoe hij zich moet voelen.
De priemende blik van het personage jaagt Bliter’s Wrock naar buiten. Ik kan slechts toekijken. Ik zie alleen de rug van de man, maar ik weet heel goed hoe die blik is. Het verbaast me dan ook niet dat Bliter’s Wrock daadwerkelijk krimpt, als hij zich terugtrekt. Van zijn enorme afmetingen blijft niet veel over. Eerst krimpt hij genoeg om door de keuken te kunnen, dan wordt hij nog korter, zodat hij door de achterdeur kan, en als hij in de tuin is, is hij ver genoeg gekrompen om lachwekkend te zijn.
Mijn personage draait zich niet naar me om. Hij legt slechts zijn hand op het gevest van zijn zwaard.
Ik haal diep adem. In de tuin smelt Bliter’s Wrock, totdat er slechts een modderpoeltje overblijft. Hij is niet dood, of verslagen, maar voorlopig is hij wel weggejaagd. Angstig koos hij het hazenpad, verdreven door het bevel van een man die half zo groot is. Even denk ik erover om hem achterna te gaan, want ik ben er nog niet helemaal uit of dit nu een verbetering is. Nu ben ik immers achtergebleven met die man in mijn woonkamer.
Ik wacht niet af. Hij hoeft mij niet aan te kijken en hij hoeft ook niets tegen me te zeggen om duidelijk te maken wat hij wil. Daar ken ik hem te goed voor. Dat krijg je, als je iemand zelf hebt verzonnen. Zo iemand ken je door en door.
Ik schrijf. Als ik enkele minuten later opkijk, is mijn woonkamer weer van mij.
Voorlopig.

Monday, June 8, 2015

Bliter’s Wrock

‘Damn, wat ben jij groot. En lelijk!’ Ik kijk hem eens goed in zijn ogen. Daarvoor moet ik omhoog kijken, want die ogen zweven ergens op tweeënhalve meter hoogte. Het ding neemt de halve kamer in beslag met zijn enorme gestalte. Doordat het plafond te laag voor hem is, staat hij zodanig gebukt dat het net is alsof hij een bochel heeft. Zijn ogen, kleine rattenoogjes in het midden van de grote zwarte kop, kijken me glinsterend aan.
Ik noem hem Bliter’s Wrock. Niet bepaald origineel, ik weet het, maar ik moet het er maar mee doen. Of hij moet het er maar mee doen.
‘Grmblgrmebl,’ gromt hij.
‘En je stinkt,’ zeg ik.
‘Aaargh!’ Hij spert zijn muil open en stoot een kreet uit. Slijm vliegt door de kamer. Gadverdamme. Kan ik dadelijk nog gaan dweilen ook.
Een van zijn poten staat op mijn laptop. De nagel van een van de klauwen blijft hangen op de x, waardoor mijn hele document nu volstaat met virtuele kusjes. De x-jes vliegen over het scherm.
Bliter’s Wrock buigt voorover, totdat zijn natte neus de mijne raakt en ik in die onmetelijke oneindigheid van zijn kleine rattenoogjes kan verdwalen. Ik weet wat hij bedoelt. Hij staat in mijn kamer, als een wolharige mammoet uit de prehistorie, een enorm gevaarte dat er is maar er niet kan zijn. Toch is-ie hier. Stinkend en wel. In levende lijve is hij hier om de boel te blokkeren.
De kleine gaat staan in haar box en lacht naar het grote monster. Bliter’s Wrock knippert. Kijkt mij nog eens aan. Snuift dan. Eindelijk haalt-ie zijn klauw van mijn toetsenbord. Ik duw met een wijsvinger zijn ruwe, schubbige poot opzij, en wring me langs hem. Snel typ ik dit bericht. Ondertussen komt zijn greep, zijn mentale overwicht, alweer terug.
‘Laat me met rust,’ zeg ik, maar daarop giechelt het ding slechts. Ik kijk hem kwaad aan. Zijn schaduw valt over mijn beeldscherm heen.
Als de kleine een knuffel over de rand van de box gooit, grist Bliter’s Wrock mijn laptop onder mijn vingers uit. Zijn geduld is op. Dit was het dan voor vandaag.
‘Lelijke lelijkerd,’ bijt ik hem toe, en ik pers me langs zijn harige rug om naar de keuken te kunnen. Ik ga wel afwassen. Misschien kan ik morgen weer wat schrijven.